Veiligheid

Veiligheid

Als een wild paard iets onverwachts ziet, hoort of ruikt, is zijn eerste reactie wegrennen en dan pas kijken of het wel echt gevaarlijk was. Omdat ze in groepen leven, hebben paarden ook een kudde-instinct. Als een groepsgenoot vlucht, rent een paard mee om pas daarna te kijken wat er aan de hand was. Een paard is ook een gewoontedier. Als hij ergens bang voor geworden is, zal hij meestal naar een bekende, veilige omgeving vluchten. Als een paard niet kan vluchten, gebruikt hij zijn tanden en benen om zich te verdedigen.

Onze manegepaarden zijn natuurlijk geen wilde paarden, ze zijn van jongs af aan mensen gewend en hebben een opvoeding gehad en weten daardoor hoe het er in de mensenwereld aan toe gaat en wat wij van ze verwachten. Maar, het blijven dieren en het zijn geen machines. Het is geen kwestie van een druk op de knop en dus is hun reactie niet iedere keer gelijk. Daarom is het goed om deze natuurlijke eigenschappen in je achterhoofd te houden.

Veiligheid

Een paard zal ervaringen (onterechte straf, gevaarlijk voorwerp en ook beloning met stem of een snoepje) niet snel vergeten. Van hun goede geheugen maken wij gebruik als we paarden opleiden. Doordat ze als kuddedieren van nature graag samenwerken met anderen kunnen we ze met ons mee laten werken, zodat ze er zelf ook plezier aan beleven. Jonge onervaren dieren kunnen vreemde dingen eng vinden. Als er in de rijbaan iets nieuws staat, zoals een nieuwe hindernis of een jas die over de omheining hangt, kunnen de dieren hierop reageren. Om ze hiermee vertrouwd te maken laten we een ervaren dier voorop gaan.

De omgang met een paard is iedere dag anders, je bent immers zelf geen dag hetzelfde en je paard voelt je stemming feilloos aan, daarnaast heeft hij ook nog zijn eigen karakter en net als een kind zal hij op zijn tijd willen uitproberen waar de grenzen liggen. Wees daarom altijd duidelijk en consequent.

Een paard praat via zijn lichaam zowel met andere paarden als met ons. Aan de positie van hoofd, benen en staart, aan de stand van de oren, uitdrukking van ogen en mond en dergelijke is af te lezen hoe een paard zich voelt.

Paarden ervaren de wereld niet zoals wij. Het meest opvallende verschil is zijn gezichtsvermogen. Een paard heeft zijn ogen aan de zijkant van ’t hoofd, hierdoor kan hij bijna 360 graden om zich heen zien, maar sommige dingen ziet hij maar met één oog. Gevolg is dat een paard zijn hoofd naar iets toe moet draaien om het goed te kunnen zien. Dat moet je ook toelaten. Pal voor zich en recht achter zich hebben paarden een blinde vlek. Benader een paard daarom nooit geruisloos recht van achter, maar praat tegen hem, zeg bijvoorbeeld zijn naam.

Doe alles rond het paard rustig, duidelijk en beheerst. Ga niet rennen in de stal of zwaaien met je zweepje.

Zet een paard nooit aan zijn teugels vast. Doe hem een halster om en zet het halstertouw vast . Gebruik hiervoor de paardenknoop. Deze knoop gaat niet los als het paard gaat hangen, maar kan als het nodig is wel in één beweging worden losgetrokken. Vraag aan een ervaren ruiter of je instructrice hoe je deze knoop moet maken.

Leid een paard niet met je hand aan het halster, maar bevestig een touw met een musketonhaak aan het halster.

Loop links naast je paard en in de pas met hem, zodat hij niet op je tenen gaat staan.